- 

“Ik hergebruik dingen die al in hun tweede of derde leven zijn”.
Van gebruikt hout maakt hij schilderijen. Hij doet dit met pyrografie, een techniek om hout te branden. Met een bout die lijkt op een soldeerbout brandt hij allerlei figuren in het hout. Een schilderij van een meeuw heeft hij op deze manier gemaakt. Even het hout lakken en ophangen! Mensen vinden het mooi, maar hij verkoopt niks, dat wil hij niet meer.

"Ik gooi nooit iets weg".
Hij heeft veel “Snorkels” verkocht. Dit figuurtje uit een tekenfilm was een tijd geleden te koop als snoep. Het was verpakt in een plastic malletje dat hij gebruikte om er gips in te gieten. In het gips stak hij zilverdraad en zo konden ze worden opgehangen. Soms maakte hij van verschillende "Snorkels" een mobiel. Hij heeft wel 1000 "Snorkels" gemaakt. In veel kinderkamers hebben "Snorkels" van zijn hand gehangen.

“Ik ben gek op ruimte besparen en voor alles maak ik wel een kast".
Dat leerde hij in de woonwagen en nu past hij het in zijn huis toe. Hij maakt kasten van printpapierdozen waarop een plank is gelegd. De kast kun je zo hoog maken als je wilt door dozen en planken te stapelen. Hij maakte ook houten schapjes op CD-breedte en is nu bezig om een schapje voor zijn sleutels te maken.

"Als je de drab er regelmatig afhaalt kun je de hele winter bonen eten".
Sinds kort heeft hij een volkstuin en daardoor minder tijd om te knutselen. Hij heeft wel een goede bonen-tip. Boontjes kun je lang bewaren als je ze in het zout zet. In een met sodawater schoongemaakte emmer wordt zeezout gedaan, daarop komen bonen, dan weer zeezout, dan weer bonen en dan weer zout. Bovenop komt een schone vochtige katoenen babyluier, dan een bord en vervolgens wordt een schone steen op het bord gelegd. De steen is om alles goed aan te drukken. Als je een portie boontjes er uit haalt moet je de drab van de luier goed afspoelen. Dan kan de luier er opnieuw op en sluit je het weer goed af met het bord en de steen.

 - 

Voor een jongentje maakte zij een taart in de vorm van een brandweerauto en voor een meisje een pop waarvan de jurk is gemaakt van taart. Taarten in de vorm van een parfumfles, een handtas, en zelfs een schoenendoos met twee losstaande schoenen, dat alles maakte zij van taartdeeg.

De taartbodem die in de kamer staat is gisteren voorgebakken en gemaakt volgens haar standaard recept; 150 gram suiker, 125 gram bloem, 125 gram maïzena en 5 eieren. Ze bakt dat deeg zoals een cake. Als de taart bruin en droog is moet ie uit de oven. De basis van veel taarten is hetzelfde en de productie vergt minstens twee dagen. Op de eerste dag de bodem bakken en op de andere dag of soms zelfs dagenlang de taart decoreren.

Eerst steek ze recht boven elkaar twee prikkers in de zijkant van de taartbodem die op groot een stuk doorzichtig papier ligt. Onder dat papier ligt een zilverkleurig stevige stuk karton. Tussen de prikkers snijd ze de taart open zo weet ze precies hoe de taart later weer op elkaar moet worden gezet. Op iedere helft van de taart wordt wat Amaretto gegoten en op de onderlaag een vulling van aardbeien.

Daarna legt ze voorzichtig de helften weer op elkaar en bestrijkt de hele taart met cream.
Normaal spuit ze de taart dan op met kleine vormpjes die weer een dag moeten drogen, nu wordt de taart bedekt met een laag grove kokos die met suiker is vermengd. Dan scheurt ze voorzichtig langs de rand van de taart het papier af. Hierdoor wordt het onderliggende zilverkleurige karton zichtbaar, dat was bedekt en is dus nog mooi schoon. Tot slot wordt de taart gedecoreerd met fondantvlinders. Klaar!

Deze taart heeft een traditionele vorm, maar alles kan, ze heeft dozen vol taartvormen en spuitzakken in alle vormen en maten. Gekocht en geërfd. Haar moeder bakte veel taarten en als jong meisje moest ze toekijken hoe ze werden gemaakt. Daar leer je van. Toen ze tiener was had ze er niet altijd zin in, maar nu niet ziet ze het als een mooi geschenk.

Op de salontafel ligt een dikke multomap met foto’s, het zijn taarten die ze de afgelopen tien jaar heeft gemaakt; verjaardagstaarten, huwelijkstaarten, geboorte taarten, taarten voor de communie of... Iedere taart wordt speciaal voor een persoon of gelegenheid gemaakt. Geen taart is hetzelfde.


 - 

Waarom ze ooit is begonnen met keramiek? Simpel, het trok haar om iets direct te kunnen maken en bij keramiek komt het werk letterlijk uit je handen. Achteraf bekeken duurde het zeker vijf jaar voordat ze het draaien in de vingers kreeg, toch was de eerste keer achter de draaischijf al bemoedigend. “Dat kan ik leren”, dacht ze.
Tijdens de driejarige opleiding in Gouda deed ze een stage bij een productie bedrijf, daar maakte ze “vlieguren”. Als je er eenmaal in zit dan komen er tien bekers per uur uit je handen. Soms is dat mooi zo’n bestelling van iets bekends; je kneedt wat klei tot een soepele massa, doet water in het emmertje naast de draaischijf en dan draaien maar. Ja op een elektrische schijf gelukkig - uren trappen zou wat veel worden.
Draaien, bakken en glazuren, voordat je echt wat kan, dat duurt bij elkaar zo’n vijftien jaar, dat beamen ook andere keramisten. Ze ging pas les geven toen ze het meeste onder de knie had. Kleine groepjes werken in een aparte klei en glazuur ruimte. Want met glazuur moet je geconcentreerd en voorzichtig zijn. Dichtbij de glazuren staat de bakoven. Een stofvrije en soms warme ruimte. Het kneden en draaien gebeurt daarom in het kleiatelier.

Er hangt een reisverslag aan de wand. Vierkante borden, een roodstenen ondergrond met daarop een voorstelling gemaakt met klei slib die mooi verkleurt als je het bakt. Engobe heet die techniek. En gebakken droge klei blijkt goed de sfeer te pakken van de woestijnreis die ze maakte. Alles gaat straks van de wand, het gebouw waar ze al veertien jaar werkt is bekend terrein, want het is het oude schoolgebouw waar ze ooit milieukunde studeerde. Toch kijkt ze uit naar de verhuizing, in de Van Hetenstraat zit ze straks op de begane grond met een deur naar buiten. In gedachten ziet ze zich al op een zwoele zomeravond daar buiten te staan werken – met de klei-bok op het atelierterras.

Website www.atelierbrandstof.nl

 - 
We waren op tv, met handen en Tuindorp Treinhuys. Kijk naar het filmpje.

 - 

Er staan twee vrouwen, ze lijken op klassieke stenen beelden maar zijn gemaakt van een staalframe bekleed met kunststof emulsie. Ze zijn niet zwaar en drapeerden een doek over het haar. De beelden zijn gebroken wit met grijszweem. We kijken mee over hun schouder en zien een landschap. Het is een fotografisch drieluik, de middelste foto wat groter dan de beide zijden. De foto lijkt een dubbeldruk van meerdere negatieven over elkaar heen, zoals je dat vroeger in de doka kon doen. Maar dichterbij gekomen zie je dat dat niet klopt. Het is een op de computer meermaals bewerkte digitale foto. De wolken wijken naar het centrum, of ligt dat aan het achterliggende zonlicht? Het “losjes gestucte oppervlak” van de beelden blijkt gefotografeerd en in de landschapsfoto verwerkt. De huid van de vrouwen wordt onderdeel van het landschap. Hier blijkt een zeer kundige Photo-Shopper aan het werk.

Het is een dubbeltalent; een beeldhouwer en fotograaf. Ze leerde beeldhouwen in Polen en geeft daar al ruim tien jaar les in. Daarnaast gaat ze sinds 2010 twee keer in de maand naar Amsterdam. Ze doet het tweede jaar van de Fotoacademie Amsterdam en moet nog een paar jaar, maar denkt nu al over een vervolgopleiding. In een opleiding leer je sneller, weet ze.

Het materiaal waar ze graag mee werkt is niet altijd het lichtste, toch probeert ze alles binnen de zelf-te-tillen grens te houden. Veel is demontabel en de stalen en stenen beelden zijn kleiner dan de twee vrouwen. Het meeste werk in het atelier is abstract. Of er straks op de Van Hetenstraat meer figuratief werk bij komt? Afwachten…

Zie de Fotogramprijs 2012: http://www.fotogram.nl/fotogram2012catb.asp


<< <Vorige | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | Volgende> >>