Waarom ze ooit is begonnen met keramiek? Simpel, het trok haar om iets direct te kunnen maken en bij keramiek komt het werk letterlijk uit je handen. Achteraf bekeken duurde het zeker vijf jaar voordat ze het draaien in de vingers kreeg, toch was de eerste keer achter de draaischijf al bemoedigend. “Dat kan ik leren”, dacht ze.
Tijdens de driejarige opleiding in Gouda deed ze een stage bij een productie bedrijf, daar maakte ze “vlieguren”. Als je er eenmaal in zit dan komen er tien bekers per uur uit je handen. Soms is dat mooi zo’n bestelling van iets bekends; je kneedt wat klei tot een soepele massa, doet water in het emmertje naast de draaischijf en dan draaien maar. Ja op een elektrische schijf gelukkig - uren trappen zou wat veel worden.
Draaien, bakken en glazuren, voordat je echt wat kan, dat duurt bij elkaar zo’n vijftien jaar, dat beamen ook andere keramisten. Ze ging pas les geven toen ze het meeste onder de knie had. Kleine groepjes werken in een aparte klei en glazuur ruimte. Want met glazuur moet je geconcentreerd en voorzichtig zijn. Dichtbij de glazuren staat de bakoven. Een stofvrije en soms warme ruimte. Het kneden en draaien gebeurt daarom in het kleiatelier.

Er hangt een reisverslag aan de wand. Vierkante borden, een roodstenen ondergrond met daarop een voorstelling gemaakt met klei slib die mooi verkleurt als je het bakt. Engobe heet die techniek. En gebakken droge klei blijkt goed de sfeer te pakken van de woestijnreis die ze maakte. Alles gaat straks van de wand, het gebouw waar ze al veertien jaar werkt is bekend terrein, want het is het oude schoolgebouw waar ze ooit milieukunde studeerde. Toch kijkt ze uit naar de verhuizing, in de Van Hetenstraat zit ze straks op de begane grond met een deur naar buiten. In gedachten ziet ze zich al op een zwoele zomeravond daar buiten te staan werken – met de klei-bok op het atelierterras.

Website www.atelierbrandstof.nl